Image
Avina Diba tijdens het panel 'De vergeten namen'

De vergeten namen - zan, zendegi, azadi

Internationale veiligheid
Verslag

Avina Diba, 15 jaar, spreekster én initiatiefneemster van de sessie De vergeten namen - zan, zendegi, azadi  tijdens de Temple of Peace. Avina is activiste en deelt haar eigen verhaal, en de verhalen van hen wie het zwijgen is opgelegd. Als jong meisje, die opgroeide in een patriarchale samenleving, wil ze laten zien waarom feminisme en vrede geen keuze zijn, maar een noodzaak. 
We danken Avina om de getuigenissen te delen. We vragen ook aan onze lezers om niet langer te zwijgen over de wantoestanden in Iran. Wij hebben de keuze om de stilgezwegen verhalen uit Iran tot leven te brengen.

Misschien kennen jullie Iran een beetje.
Misschien van de vreselijke beelden op het nieuws: oorlog, protesten, geweld.
Of misschien van iets zacht: een Perzische kat, of een tapijt dat ergens in je huis ligt.
Zonder het te beseffen, dragen velen van jullie een stukje van dat land met zich mee.
Maar het echte Iran, het Iran dat ik me herinner, leeft in de schaduw van iets veel donkerders.
Een land dat ooit zong, huilt nu in stilte. 

Bij de Temple of Peace liep Avina stage in het redactieteam. Ze kwam zelf met het idee om te spreken over Iran, tijdens het Festival voor Vredesbouwers. Avina is vijftien jaar en sinds 26 oktober 2025 is ze precies vijf jaar in België. Ze wilde graag Nederlands leren met als doel haar stem, hier in België te gebruiken. Ze wil de stilte die wordt opgelegd aan haar familie en vrienden in Iran, doorbreken.
Sinds jonge leeftijd houdt ze zich bezig met mensenrechten en protesten. Ze wilde de voetsporen volgen van haar moeder — een vrouw die in een patriarchale samenleving advocaat, journaliste, schrijfster én activist was.

Iran was voor ons meer dan een land — het was een gevoel.
De plek waar we leerden lopen, niet alleen met onze voeten, maar ook binnen de samenleving zelf.
Iran is in mijn geheugen nog steeds de plek waar ik me in het weekend verstopte onder de gouden zandlaagjes, verloren in de oneindige breedte van de woestijn.
De plek waar mijn vader me leerde schaken, in de parken van Teheran.
En waar mijn moeder narenj-bloesems in mijn haar vlocht.
Deze dagen lijkt het haast onvoorstelbaar dat er ooit een land bestond
waar iedereen mijn taal sprak,
waar iedereen een beetje op mij leek,
waar mijn cultuur niet vreemd was.

Iraanse samenleving na de revolutie van 1979: positie van de vrouw onder druk

Avina wijst erop dat het belangrijk is om rekening te houden met het feit dat de Iraanse samenleving na de revolutie samenhangt met het regime. Na de revolutie van 1979 kwam het regime van Ayatollah Khomeini aan de macht. Wat begon met beloften van vrijheid, veranderde al snel in angst. 
Eén van de eerste wetten die werd doorgevoerd, was de verplichte Hijab voor vrouwen.
Tot vandaag opereert een speciale politie (cfr. Zedenpolitie) in het land, die jonge meisjes en vrouwen oppakt die hun Hijab fout -of niet- dragen. Bij verzet worden de meisjes vaak vermoord of meegenomen naar de gevangenis, waar de kans op vrijlating nihil is. De rechtbanken worden geleid door geestelijken. Een proces verloopt vaak zonder advocaat, zonder bewijs, zonder beroep. In Iran krijgen burgers die niet in het ideaalbeeld van de regeringsleiders passen en een andere mening laten horen de doodstraf.

Doorheen de jaren breidden de kleine, ogenschijnlijk onlogische wetten zich uit tot extreme vrouwenhaat. Vrouwen mogen niet in de politiek zitten. Ze mogen geen rechter worden. Ze hebben geen recht om functies uit te oefenen waarin ze iets te zeggen zouden hebben over de samenleving. Jonge meisjes worden in armere steden uitgehuwelijkt aan oude mannen. Vrouwen en jonge meisjes zijn vaak slachtoffer van seksueel en intrafamiliaal geweld, waarbij de daders vrijuit gaan.
De inperking van vrouwenrechten en de opkomst van de zedenpolitie zijn een sterk motief voor protest door vrouwen. Met hun stemmen, met hun haar, met hun leven.

Zan, Zendegi, Azadi 

In 2022 werd een meisje vermoord door de zedenpolitie. Haar naam was Mahsa Amini.
Op haar graf schreef haar familie:
هسا، تو نمرده ‌ای، نام تو در زن، زندگی، آزادی زنده خواهد ماند
(Mah'sa, jij bent niet dood. Jouw naam zal leven in vrouw, leven, vrijheid.)

“Zan, Zendegi, Azadi” (vertaald als Vrouw, Leven, Vrijheid) is sindsdien de naam van de  strijd tegen het regime.
Na de dood van Mahsa kwamen miljoenen jongeren, uit heel het land, op straat.
Een enorm groot deel van de demonstranten waren tieners, gedreven door hoop op vrijheid. Het regime schoot hen neer op straat. Politiewagens reden rond in ambulances, zodat het leek alsof ze kwamen om slachtoffers te helpen maar vanuit die ambulances werd er geschoten.

Symboliek van de Iraanse vlag (vroeger en nu)

Omwille van het nieuwe Iraanse regime, verandert ook de vlag van Iran. Eeuwenlang droeg Iran één herkenbaar symbool door de tijd: de Leeuw en Zon. Niet uit religie of een troonzaal, maar uit kunst, astronomie en de oude Iraanse verbeelding, ouder dan welke dynastie of ideologie ook.

Groen stond voor leven en hoop.
Wit voor eerlijkheid en vrede.
Rood voor moed en het beschermen van vrijheid: een volk dat groeit, ademt en zichzelf verdedigt.
De leeuw staat voor kracht en waardigheid: een volk dat nooit vrijwillig knielt.
De zon straalt het licht van Mithra, waarheid en rechtvaardigheid.
En het shamshir-zwaard is geen aanval, maar bescherming tegen onderdrukking.

Na de revolutie veranderde het regime deze vlag. De drie kleuren werden behouden, maar de symboliek veranderde tot een geloofsgebonden plicht.
Groen staat nu voor de Islam: religie boven cultuur en recht.
De witte baan staat voor de eenheid van God.
De rode baan staat voor sacrificie als religieuze plicht.
Het symbool in het midden is Allah, met een ontwerp dat verwijst naar “jihad”: de strijd tegen de vijand van God.
Aan de rand van de vlag staat “Allahu Akbar” 22 keer geschreven:
en het getal verwijst naar 22 Bahman, de dag dat het regime de macht nam.

De nieuwe vlag vervangt elke spoor van onze oeroude, rijke cultuur met geloof.
Met een geloof dat vandaag slechts 30 procent van Iran in gelooft, dat is de helft van de katholieken in België.
In België mag religie bestaan.
In Iran moet religie heersen.

Ooggetuige van onderdrukking

Sinds de Iraanse revolutie zijn er verschillende massamoorden geweest. In 1988 vonden er ook massamoorden plaats. Politieke gevangenen werden geëxecuteerd en daarnaast ook een heel groot aantal jongvolwassenen en zelfs minderjarigen. Volgens de Iraanse wet is een meisje van negen en een jongen van vijftien oud genoeg om de doodstraf te krijgen. Vrouwen worden verkracht, zogezegd om hen ‘rein’ te maken voor hun executie. 

Vandaag de dag staan er scholen, gebouwen, markten
op de plekken waar die mensen werden doodgeschoten.
De aarde onder die muren ademt nog hun namen uit — maar niemand luistert. 
De regering kwam van bloed tot macht, en blijft door bloed aan de macht.

Ook de moedige Avina, werd niet bespaard van deze tragedies. Ze getuigde met persoonlijke verhalen, van jonge meisjes, schoolvriendinnen en familieleden, waar ze, veel te vroeg, afscheid van moest nemen.

Voor altijd zestien

Mijn overgrootvader had een grote houten kast, die voor mij, als vijfjarige, enorm leek.
Hij versierde die met familiefoto’s, “de sleutels tot zijn hart,” noemde hij ze.
Op één van de foto’s stonden vijf gezichten, maar later waren het er nog maar vier.
Na 1988 was één gezicht voorgoed verdwenen.
Aan tafel hield mijn overgrootmoeder altijd een stoel vrij — een bord, een glas, bestek voor iemand die er niet meer was. 
De schaduw bleef. Een wrang spoor dat nooit verdween.
Ik herinner me de kleine, schijnbaar onschuldige momenten: klimmen in een vijgenboom, fluisteringen over een onbekende naam, blikken die te lang bleven hangen.
Toen ik oud genoeg was om het stilzwijgen te begrijpen, hoorde ik wie ze was.
Een meisje van zestien.
Mijn tante, die voor altijd zestien zal blijven.

Vlucht PS752 

Na de dood van Iraans legeraanvoerder Qassem Soleimani door een Amerikaanse aanval begin januari 2020 voerde Iran raketaanvallen uit op Amerikaanse bases, wat leidde tot grote oorlogsvrees. Op 8 januari 2020 werd vlucht PS752 van Ukraine International Airlines, met 176 passagiers aan boord, kort na het opstijgen in Teheran door het Iraanse luchtafweersysteem neergeschoten. Het toestel werd twee keer geraakt en stortte neer; alle inzittenden kwamen om het leven. Drie dagen lang ontkende het Iraanse regime verantwoordelijkheid, totdat satellietbeelden het tegendeel aantoonden. Daarna gaf Iran toe dat het vliegtuig per vergissing was neergehaald.

Ik ken een veertienjarig meisje dat in desbetreffende vliegtuig zat. Een meisje waarnaar ik opkijk, als mijn grote zus. Haar naam is Maya. Ze reisde net zoals ik in de hoop op een beter leven. Maar voordat ze haar bestemming kon bereiken, werd haar toekomst uit de lucht geschoten.
Maya hield van talen. Maya gaf om het klimaat. Vandaag bestaat er een studiebeurs in haar naam, voor jongeren die de planeet willen beschermen.
Maya las graag boeken. Elk jaar ‘leent’ ze mij nog steeds de boeken die zij gelezen heeft.
Maya leeft.

Zelfs al werd haar lichaam aan haar vader teruggegeven in een kaki-groene zak.
Zelfs al ligt ze begraven onder de grond, in het land dat ze wilde verlaten en nooit heeft kunnen verlaten.
Ze leeft in mij.

Ik ben nu een jaar ouder dan zij ooit zal worden — maar zij blijft mijn grote zus.
Maya’s vader had die avond óók een ticket voor diezelfde vlucht, maar zijn werk verplichtte hem een vlucht vroeger te nemen. Hij bleef achter met de vraag “Waarom zat ik niet op dat vliegtuig?”
Hij probeerde een antwoord te vinden en vond er één in daden. Hij richtte een school op in een arm gebied in Iran, waar meisjes geen onderwijs kregen. 
Maya’s boeken — ook sommige die ik aan háár gaf — schenkt hij nu aan de kinderbibliotheek die hij heeft opgericht. In een streek waar meisjes anders nooit een boek aanraken.
Maya leeft.
In de handen van die meisjes.
In de stemmen die zij ooit zullen hebben.
In ons.