Actueel

Reisverslag uit Palestina en Israël

Josephine van de Wal is stagiaire bij Pax Christi Vlaanderen en bracht een maand door in Palestina en Israël, waar zij verbleef in Bethlehem en stage liep bij het Arab Educational Institute. Zij schreef haar indrukken bij deze eerste kennismaking neer in een reisverslag.

“Hoe was Israël?”, is een vaak gestelde vraag die ik krijg voorgeschoteld deze dagen. Ik ben net een week terug uit Palestina en Israël wanneer ik aan mijn reisverslag begin. Mijn antwoord op de vraag begint vaak met een corrigerende opmerking: “ehm, eigenlijk was ik in Palestina.” Dit doe ik niet omdat het verbeteren van iemand mijn hobby is, maar ik zie het als een kans om de mensen om mij heen iets van mijn opgedane kennis over Palestina mee te geven.

Want dat er misverstanden bestaan over Palestina is duidelijk. Ikzelf had bijvoorbeeld geen idee dat Bethlehem, de geboortestad van Jezus, in Palestina ligt. Ik had ook geen idee dat Palestina een prachtig land is met supervriendelijke mensen en heerlijke ijskoffie van Stars & Bucks.

Als student van het postgraduaat Duurzame Ontwikkeling heb ik gekozen voor een stage bij Pax Christi, omdat ik me graag in het thema vrede wil verdiepen. Ik beschouw mezelf als een student met een gemiddelde interesse voor de wereld om mij heen en net zoals de meeste mensen wist ik wel iets van de spanningen tussen de Palestijnen en Israëli. Maar lang niet alles. De muur? Die kwam me wel bekend voor. De beperkte bewegingsvrijheid van de Palestijnen? Geen idee.

Tijdens mijn stagevoorbereiding en de eerste weken binnen Pax Christi kwam ik meer te weten over de situatie in Palestina en Israël. Ondanks de opgedane kennis wist ik niet goed wat ik van mijn reis en Palestina kon verwachten.  

Niettegenstaande de harde realiteit werd mijn verblijf een positieve ervaring. Ik heb Palestijnen leren kennen als gastvrije mensen. Ik heb ze leren kennen als mensen met soemoed, wat standvastigheid betekent. Ik voelde me er snel thuis en genoot van het leven tussen vriendelijke mensen. Natuurlijk heeft het leven in Palestina ook een keerzijde, al heb je daar als Europeaan weinig last van. Maar de verhalen over de muur, het passeren van de controlepost om naar Jeruzalem te gaan en de beperking van de vrijheid van de Palestijnen op de Westbank hebben me wel geraakt.

Ik merkte dat de beperkte vrijheid van reizen de Palestijnse mensen frustreert. Medewerkers van het Arab Educational Institute die deelnemen aan internationale conferenties moeten steevast naar Amman in Jordanië  – geen gemakkelijke reis – om daar het vliegtuig te nemen. Zij mogen niet vliegen via Tel Aviv. Ook toen ik naar Jeruzalem ging ontdekte ik hoe Palestijnen beperkt zijn in hun vrijheid. Bij het passeren van de controlepost werd onze bus stilgezet. De Palestijnen moesten uitstappen en in een rij gaan staan. Ikzelf, in het bezit van een buitenlands paspoort, mocht blijven zitten. Dat moet voor de Palestijnen als een vernedering aanvoelen. Dit zijn gewone burgers, op weg naar hun werk of familie, die worden behandeld alsof ze crimineel zijn.

Wat betreft mijn ervaring met de spanningen in de landen heb ik een aantal dingen gezien en gehoord. Tijdens de eerste week van mijn verblijf werd in een vluchtelingenkamp nabij Bethlehem een Palestijnse jongen doodgeschoten door het Israëlische leger. Hij verleende eerst hulp aan een Palestijn bij een clash tussen het Israëlische leger en Palestijnen. Deze gebeurtenis had een grote impact op het dagelijkse leven in Bethlehem, zo sloten alle winkels en restaurants voor die dag. Ik kreeg ook verhalen te horen van Palestijnen over de moeilijkheden die zij in het dagelijkse leven ervaren. Het huis van de familie Anastas waar ik verbleef, is aan drie kanten omringd door de muur. De straat waar zij aan wonen was ooit een drukke weg, die Jeruzalem met Hebron verbond. Nu is het een doodlopende weg. De ondertussen volwassen kinderen hebben nog een tijd gekend zonder muur. Op een dag kwamen zij thuis uit school, en was hun uitzicht verdwenen. Een acht meter hoge muur belemmerde vanaf toen hun vrije zicht.

Ik sprak een Palestijnse jongeman die in Jeruzalem werkt. Hij heeft een vergunning gekregen om er te werken. Op de vrijdag van het (Joodse) Poerimfeest was hij op weg naar een vergadering in West-Jeruzalem. Hij werd staande gehouden, moest zijn jas en trui uitdoen en werd uitgebreid gefouilleerd en ondervraagd door vier soldaten. Uiteindelijk werd hij ondanks zijn geldige vergunning terug naar de oude stad getransporteerd en kon hij zijn vergadering wel vergeten. Dit soort voorvallen frustreert deze mensen logischerwijs. Ik had verwacht dat ze daarom op een hatelijker manier zouden praten over de Israëli’s. Maar daar heb ik erg weinig van gemerkt.

De Palestijnen die ik tegenkwam spraken consequent over het Israëlische leger of de Israëlische bezetting, maar lieten zich niet negatief uit over de Joden of Israël als staat. Dat vond ik verfrissend om mee te maken; een voorbeeld voor ons, vind ik.

Ik ontmoette ook enkele Joodse mensen, tijdens een paar vrije dagen in Israël. Toen ik de bus van Afula naar Jeruzalem nam, kwam ik een Joodse jongen van mijn leeftijd tegen. We raakten in gesprek. Hij was zo vriendelijk om mij de weg te wijzen naar mijn hostel in Jeruzalem en wees onderweg trots alle mooie en bezienswaardige plekjes in Jeruzalem aan. Ik vroeg hem of hij weleens naar de Westbank kon of wilde gaan. Hij reageerde heel stellig dat dat niet mogelijk is. Hij was ervan overtuigd dat hij als Jood dan direct vermoord zou worden.

Bij elke ervaring kom je opnieuw tot het besef dat wat er speelt in Palestina en Israël zo verschrikkelijk complex is. Ik merkte dat ik eigenlijk kritischer stond tegenover Israëli’s dan Palestijnen. Zo’n kritische vraag die ik stelde aan de Joodse jongen zou ik minder snel aan een Palestijn stellen. Ik had zin om die jongen gerust te stellen, dat Palestijnen geen moordlustige wezens zijn. Maar wat kan ik als Europeaan eigenlijk zeggen? Wie ben ik om hem de les te lezen?

Door de Palestijnen te zien als weerloze slachtoffers van de grote en sterke Israëli’s doen wij beide bevolkingsgroepen tekort. Ze hebben allemaal hun trauma’s en verhalen, achtergrond en ervaringen. De Israëlische meisjes van achttien met hun schooltassen en enorme geweren maakten indruk op mij. Wat moet zo’n periode in het leger van Israël op die leeftijd met je doen? Zij zijn net zo goed een slachtoffer van het systeem dat wordt gehanteerd door de Israëlische overheid.

Om nog even terug te komen op mijn schaarse kennis over Palestina voorafgaand aan mijn stage. Ik denk niet dat ik hierin de enige ben. Er is in het algemeen weinig kennis over Palestina en als er al een beeld wordt gevormd, is het vaak niet positief. Gedachten aan terrorisme en gevaar overheersen. Ik denk dat wij de Palestijnse bevolking kunnen helpen om het tij te keren. Door hen bijvoorbeeld een platform te bieden waar zij hun verhalen kunnen delen. Want de misstanden zijn er, en het is belangrijk dat er meer kennis over verworven wordt, zodat het onrecht dat hen treft door een breder publiek aangevochten wordt.

Daar is volgens mij nog winst te behalen. Een medewerkster van het Arab Educational Institute zei mij hoe waardevol het is dat wij verhalen van en over Palestina delen met de rest van de wereld. En dan niet alleen verhalen over negatieve en treurige zaken. Het is zeker zo belangrijk is om Palestijnen de kans te geven om henzelf te tonen als mensen zoals wij allemaal zijn. Mensen die het liefst een ‘normaal’ leven leiden, zonder geweld.

Foto: Verhalen op de muur