Actueel

(Nieuwe) gevechtsvliegtuigen: Tranen om de gemiste kans

Naar aanleiding van een artikel in De Tijd over de nakende aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen voor België, schreef Katlijn Malfliet, vroegere voorzitter van Pax Christi Vlaanderen, deze opiniebijdrage.

In De Tijd van 10 februari 2018 brengt gevechtspiloot Tony hulde aan de F-16 en wijst hij op de noodzaak aan een opvolger. Katlijn Malfliet reageert.

Iemand moet toch reageren op het artikel “tranen om de F16”, in De Tijd van 10 februari 2018. Het interview met de laaiend enthousiaste Tony, die al 10 jaar F-16-piloot is, verscheen onder de hoofding “debat”. Maar zoals vaak wanneer het om gevechtsuitrusting gaat, ging de benadering uit van een al te éénduidige premisse.

Met spijt neemt Tony afscheid van de F16, die na veertig jaar versleten is en plaats moet maken voor een toestel met meer hightech. “Als je per seconde een bibliotheek aan data kan binnentrekken en analyseren, dan ben je sneller dan de vijand”. Maar wie is “de vijand” op dit ogenblik? Tijdens de periode van de Koude Oorlog was dat duidelijk. Het communistisch/socialistisch Oostblok was de vijand van het Transatlantische Westen. Van een democratische inbreng in het bewapeningsdebat was toen geen sprake: niet in het Oostblok, maar ook niet in het “democratische” Westen. Het hele verhaal van de kernwapenopslag in de NAVO luchtmachtbasis van Kleine Brogel is daar een voorbeeld van. Terwijl het Belgisch Parlement nog volop debatteerde over de zinvolheid van zo’n vorm van Transatlantische samenwerking, vlogen de vliegtuigen met het bewuste materiaal reeds vanuit de VS richting Limburg. Onze politieke elite is steeds een trouwe Transatlantische bondgenoot geweest, en zij is daar inderdaad electoraal nooit voor afgestraft, integendeel.

Toen de Koude Oorlog ophield, met de val van de Berlijnse Muur, en later in 1991 de implosie van de Sovjetunie, was er plots geen vijand meer én geen missie voor de defensie-alliantie, die de NAVO was. Dat het Warschau-pakt zichzelf in rook liet opgaan was een belangrijke zet vanuit Moskou om de hele na-oorlogse veiligheids- en defensieconstructie van haar logica te ontdoen. Maar zo heeft Europa dat toen niet begrepen. Vanuit de vredesbeweging werd gehoopt op een vredesdividend, dat zou worden uitgespaard omdat er geen motief meer was voor bewapening. Zo zou er geld vrijkomen voor een sociaal beleid met meer aandacht voor gerechtigheid en zorg voor de armen en zwakkeren in onze samenleving. Was dat dan zo’n utopische idee? Maar de NAVO, die niet kon ontsnappen aan de ijzeren wet van Michels, daagde Rusland uit door zijn grenzen oostwaarts uit te breiden, en de Europese Unie in deze beweging mee te trekken. Let wel, Rusland gaat niet vrijuit in de mislukking om een herenigd Europa uit te bouwen. Hoe dan ook, intussen is Rusland opnieuw de vijand geworden.

Maar de vijand van wie? In elk geval van de Verenigde Staten, die in hun recente defensiedoctrine niet meer het terrorisme maar de competitie tussen grootmachten als hun belangrijkste zorg noemen. Daarbij vermeldt de tekst onder meer Rusland en China als belangrijke “tegenstrevers”. Maar wat met Europa? Hoe Transatlantisch blijft Europa na het aantreden van Trump? Daarover gaat de discussie, wanneer men het thans heeft over Europese veiligheid: over de betrouwbaarheid van de NAVO als collectief defensiemechanisme wanneer een kleine Europese NAVO-lidstaat zoals Estland zou worden aangevallen. Daarover gaat de aanvaardbaarheid van de NAVO-eis naar haar Europese lidstaten toe om minstens 2% van het BBP te besteden aan bewapening. Daarover gaat de beslissing over aankoop van nieuw gevechtsmateriaal, waarvoor nu woensdag de kandidaten hun ‘best and final offer’ moeten indienen. “We kunnen de veiligheid van ons land maar garanderen door de stabiliteit aan de buitengrenzen van de EU en de NAVO te verzekeren”, aldus Tony. Hoewel nog jong moet Tony zich dringend bijscholen in de geopolitiek der grenzen sinds de massale immigratiedruk op Europa en in hybride oorlogsvoering, die onvermoede proporties begint aan te nemen.

De beslissing om nieuwe gevechtsvliegtuigen aan te kopen, goed voor 3,5 miljard euro in aankoop en 10,9 miljard euro om ze gedurende 40 jaar operationeel te houden, is opgedeeld in tal van fases door de regering genomen. De parlementaire commissie voor landsverdediging werd “ingelicht”. Maar in een democratie zoals de onze zou het parlementaire en extraparlementaire (bijvoorbeeld wetenschappelijke) debat eigenlijk moeten gaan over onze huidige Europese houding tegenover het transatlantisme, over een eigen Europees veiligheids- en defensiebeleid en over de nood aan alternatieve pistes om in Europa (Rusland inbegrepen) tot een duurzaam veiligheidsbeleid te komen.

Katlijn Malfliet is Vredesvrouw en hoogleraar Oosteuropakunde aan de KU Leuven

Foto: Clemence Vasters/Creative Commons