Actueel

Martin Luther King blijft inspireren

Op 4 april 2018 is het 50 jaar geleden dat Martin Luther King als geweldloze strijder voor rechtvaardigheid en vrede met geweld werd omgebracht. ZIjn boodschap van geweldloos verzet blijft meer dan ooit inspireren.

Op 28 augustus 1963 had Martin Luther King op het einde van een onvergetelijke mars voor gelijkberechtiging van zwart en blank in Washington DC de bevlogen, nog steeds ontroerende toespraak gehouden “I have a dream”. Zijn heldere en krachtige woorden raakten velen heel diep. Maar er volgde niet alleen applaus. Meer dan de helft van de Amerikanen verwierp op dat ogenblik zijn boodschap tegen elke vorm van discriminatie en racisme.

De avond voor hij werd vermoord sprak Martin Luther King in de Mason Temple in Memphis deze profetische woorden: “Ik weet niet wat er vandaag gaat gebeuren. We gaan moeilijke dagen tegemoet. Maar het maakt niets meer uit. Want ik ben op de bergtop geweest. (…) En ik heb op de top rondgekeken, en heb het Beloofde Land gezien.”

In zijn boek Stride toward Freedom uit 1958 beschrijft Martin Luther King zijn “pelgrimstocht naar geweldloosheid” zoals hij het zelf noemt. In de kerstvakantie van 1949 las hij met veel aandacht Het Kapitaal en Het Communistisch Manifest van Karl Marx, en andere werken over de ideeën van Marx en Lenin. Zijn besluit was duidelijk: een materialistisch systeem waarin geen plaats is voor God en waarin dwang, geweld, moord en leugen wel aanvaard worden, kon onmogelijk leiden tot een betere samenleving. Maar wat dan wel?

Zijn zoektocht bracht hem bij de geweldloze, omvormende kracht van de liefde en de waarheid die Mahatma Gandhi had ontdekt en toegepast. King schreef hierover: “Mijn studie van Gandhi had er mij van overtuigd dat het ware vredestichten niet is het kwade niet weerstaan, maar het kwade geweldloos weerstaan. Tussen deze twee stellingen ligt een wereld van verschil. Gandhi weerstond het kwade met evenveel kracht en energie als wie zich met geweld verweert, maar hij verzette zich wel met naastenliefde in plaats van haat.”

De geweldloze weg van Jezus van Nazareth en zijn opdracht “Bemin uw vijand” was voor Martin Luther King zijn belangrijkste bron van inspiratie. Zo leven was geen onderwerping maar krachtige, weerbare inzet voor bevrijding, de enige methode om het hart van wie anderen onderdrukt en agressie pleegt te veranderen en te ontwapenen. Daarbij waren training, discipline en organisatie onontbeerlijk. Daarom organiseerde hij vanaf 1955 ateliers van medestanders om hen te vormen in de geweldloze strijd voor gelijke rechten. Consequent verzette hij zich ook tegen de Amerikaanse militaire interventie in Vietnam, tegen een dolgedraaide wapenwedloop en tegen een economisch systeem waarin het geld de allesbepalende factor is.    

De geweldloze strijd voor rechtvaardigheid en vrede die Martin Luther King voor ogen had, is een ware omwenteling in de diepe zin van het woord. Een andere revolutie dan wat voor sommigen is overgebleven van de mei-revolte, eveneens vijftig jaar geleden. Alleen bewegingen, organisaties en groepen die bewust kiezen voor een actief geweldloos alternatief kunnen een betere en meer rechtvaardige, meer vredevolle wereld dichterbij brengen. Het vertrouwen van onze regeerders in een veiligheidsstreven gebouwd op bewapening, inclusief kernwapens, staat daar radicaal tegenover.

Op de vijftigste verjaardag van de moord op Martin Luther King moet de keuze voor een diepgaande geweldloze verandering meer dan ooit ons denken en handelen doordringen. Een ontroerend eerbetoon gaf de 9-jarige Yolanda Renee King aan haar vermoorde grootvader, toen ze op het einde van de ‘March for Our Lives’ op zondag 24 maart in Washington met vuur uitriep “Mijn grootvader had een droom dat zijn kinderen niet beoordeeld zouden worden op de kleur van hun huid, maar op de inhoud van hun karakter. Ook ik heb een droom! Genoeg is genoeg! Dit zou een wereld zonder wapens moeten zijn. Punt uit.”


Deze bijdrage werd gepubliceerd op Kerknet op 3 april 2018.

Foto: Martin Luther King houdt zijn beroemde 'I Have a Dream'-speech tijdens de March on Washington (1963).