Actueel

Israël en Palestina: 50 jaar bezetting

Op 5 juni 1967 brak de Zesdaagse Oorlog uit. In zes dagen tijd versloeg Israël de gecombineerde Arabische legers en veroverde het de Palestijnse gebieden, de Egyptische Sinaïwoestijn en de Syrische Golanhoogte. Deze oorlog vormde een kentering in het Israëlisch-Palestijns conflict. Israël had nu de controle over heel historisch Palestina verkregen en werd een bezettende macht. Visionaire critici zoals de Israëlische hoogleraar Yeshayahu Leibowitz voorspelden dat de bezetting de kanker van Israël zou worden. Een bezetting en respect voor het internationaal recht zijn immers bijzonder moeilijk te verzoenen. De afgelopen vijftig jaar legde Israël niet alleen de rechten van Palestijnse burgers aan banden, maar erodeerde ook het respect voor de democratische normen en waarden binnen Israël zelf. Veelzeggend is dat kritiek van mensenrechtenactivisten steeds minder wordt geduld.

De droom van een zo groot mogelijk Israël

De overwinning tijdens de Zesdaagse Oorlog opende de discussie over het grondgebied opnieuw. Veel Israëlische beleidsmakers, zowel ter linker- als ter rechterzijde, betreurden dat het leger tijdens de eerste Israëlisch-Arabische oorlog in 1948-1949 de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem niet veroverd hadden. In 1967 verkreeg Israël de controle over Groot-Israël, met name over het Bijbelse hartland ‘Judea en Samaria’, de Westoever. Messianistische groepen zoals Goesj Emoniem (Hebreeuws: ‘het blok der gelovigen’) waren ervan overtuigd dat God instond voor deze militaire overwinning. Ze beschouwden zichzelf als pioniers die zich in de veroverde gebieden moesten vestigen en ze startten met nederzettingen.

Naast deze ideologische factoren speelden politieke en strategische redenen mee in de beslissing om het land niet op te geven. De beschietingen vanop de Syrische Golanhoogte op Israël zouden stoppen, Palestijnse vluchtelingen en strijders zouden Israël veel moeilijker kunnen binnenkomen, Israël verwierf het monopolie over de waterbevoorrading van de regio. Er ontstond een consensus: het land zou niet worden teruggegeven. In 1967 negeerde de regering dan ook resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) die opriep tot de ontruiming van de bezette gebieden.

“In feite had de regering in 1967 vier opties”, stelt Lara Friedman van The Foundation for the Middle East Peace. “Ze had de Westoever en Gaza kunnen annexeren en de mensen staatsburgerschap kunnen geven. Die optie was niet aantrekkelijk, omdat het opnemen van een reusachtige niet-Joodse bevolkingsgroep de Joodse identiteit van Israël zou ondermijnen. Israël had de Palestijnse bevolking kunnen verjagen en hun land houden. Dat zou immoreel zijn en de internationale gemeenschap had dit ongetwijfeld veroordeeld. De regering had het land aan Egypte en Jordanië kunnen teruggeven, zelfs zonder vredesakkoorden, om geen verantwoordelijkheid op te nemen voor de bevolking en haar buren te dwingen om veiligheid op te leggen in die gebieden. Ten slotte kon Israël overgaan tot een militaire bezetting, conform het internationaal humanitair recht, om het land in te zetten bij vredesonderhandelingen. Maar Israël wou geen van deze opties en koos voor het slechtst mogelijke scenario.”[i]

De Israëlische regering ging niet over tot de annexatie van de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook, in tegenstelling tot wat ze deed in Oost-Jeruzalem of de Golanhoogte. Ze koos voor een bezetting, wat een agressief kolonisatiebeleid in de hand zou werken. Israël riep zijn soevereiniteit niet uit over de Palestijnse gebieden maar ontwikkelde een dubbelzinnige positie aangaande het land en wie het kan opeisen. In de visie van Israël rusten er twee verschillende territoriale claims op deze gebieden: één van Israël en één van de Palestijnen. Daarom spreekt Israël consequent over de ‘betwiste gebieden’ en ontkent het de legitimiteit van de Palestijnse claim. Tot op heden weigert het de wapenstilstandsgrenzen van 1949, de internationaal aanvaarde grenzen, te beschouwen als zijn definitieve grenzen. Kaarten van de Israëlische overheid zullen steevast het grondgebied van de Westoever tot de Staat Israël rekenen, daar bevinden zich immers de nederzettingen.

Waar ligt de grens?

De meeste Israëli’s, ook burgers die geen voorstander zijn van de nederzettingen, hebben geen concreet beeld van waar de Groene Lijn zich situeert. “Sinds de Oslo-akkoorden, of nauwkeuriger gezegd, sinds het uitbreken van de Tweede Intifada en de bouw van de muur is de scheiding tussen de Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever en Israëli’s rigide en geprogrammeerd geworden”, schrijft de Israëlische schrijver Nir Baram. “In de praktijk is de Westelijke Jordaanoever in de ogen van de meeste Israëli’s een gebied dat ergens uit het zicht, voorbij hoge bergen, ligt. Ze weten dat er daar bepaalde dingen gebeuren, soms bespreken ze de bezetting en de nederzettingen, maar ze hebben geen flauw idee hoe de Westelijke Jordaanoever er tegenwoordig uitziet, of hoe de mensen daar leven.”[ii]

nederzettingen Westoever

Baram constateert terecht dat het moeilijk is om over een oplossing te praten als je niet weet hoe het gebied eruitziet. Het Israëlisch-Palestijns conflict is eerst en vooral een territoriaal conflict, het volstaat een blik te werpen op de evolutie van de kaarten van 1947 tot nu om dit te begrijpen. Toch staan het belang van het land, en het grootschalige landgewin door Israël, niet centraal in de opinies aan Israëlische kant. Gevraagd naar de oorzaak van het conflict, is een veelgehoord antwoord dat Palestijnen geen partner voor vrede zijn, dat ze niet bereid zijn om compromissen te sluiten. Al te vaak wordt over het hoofd gezien dat Israël nooit het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht binnen de grenzen van vóór 1967 heeft erkend en dat dit omgekeerd wel gebeurde. De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) erkende Israël al in 1988, en opnieuw tijdens de start van het vredesproces in 1993. Met de verklaring van Algiers in 1988 gaf de PLO in een historisch compromis haar doel op om heel historisch Palestina, via de gewapende strijd, opnieuw te veroveren en erkende Yasser Arafat Israël binnen de wapenstilstandsgrenzen van 1949. In ruil hiervoor wilde hij een Palestijnse staat in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.

Ook internationaal wordt er vaak voorbijgegaan aan de Israëlische weigering om dit compromis ernstig te nemen en zelf ook compromissen te sluiten. Toen bleek dat Israël ‘land voor vrede’, de formule waarop het vredesproces van 1993 is gebaseerd, niet ernstig nam, maar zijn greep op de Palestijnse gebieden versterkte, kwam er aanvankelijk weinig tegenstand van de Verenigde Staten en de Europese Unie. De dominante visie was dat de bezetting zou stoppen als gevolg van het vredesproces, en dat druk op Israël om zijn verplichtingen onder het internationaal recht te respecteren, geen goede manier was om vrede tot stand te brengen. Deze gebrekkige, of tendentieuze internationale inmenging, zorgde ervoor dat de ongelijke krachtsverhoudingen tussen beide partijen nog toenam. Zo bouwde de EU haar bilaterale economische, politieke en economische relaties met Israël sterk uit en groeide het uit tot een van de meest bevoordeelde Europese partnerlanden. Toch koppelde de Unie Israëls respect voor het internationaal recht niet als voorwaarde voor de verdieping van het partnerschap.

Internationale ambiguïteit voedde het conflict

Van meet af aan kreeg de jonge staat het signaal dat hij niet bestraft zou worden voor zijn bezetting. Na de oorlog van 1967 veroordeelden de VN Israëls bezetting op basis van het internationaalrechtelijke principe dat de annexatie van land door middel van geweld ontoelaatbaar is. In november 1967 aanvaardde de Veiligheidsraad resolutie 242, waarin Israël werd opgeroepen zich terug te trekken. De Engelse tekst vraagt “de terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit gebieden die bezet werden tijdens het recente conflict”. De Franse tekst vraagt “de terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit de gebieden die bezet werden tijdens het recente conflict”. Het ontbrekende lidwoord in de Engelse versie zette de deur open voor interpretatieverschillen over Israëls terugtrekking uit bezet gebied.

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vonden deze ambiguïteit geoorloofd om vredesakkoorden mogelijk te maken. Als medestander van Israël meenden de VS dat Israël zich niet volledig hoefde terug te trekken tot de wapenstilstandsgrenzen van 1949.[iii] Hiermee gaven ze Israël het signaal dat het zich niet aan het internationaal recht hoeft te houden. Bovendien werd de rol van de Verenigde Naties nog verder ondermijnd en bleven Veiligheidsraadsresoluties zoals 242 dode letter. Bovendien zetten de VS, met name tijdens het presidentschap van Barack Obama, die onder sterke druk stond van pro-Israëlische groepen, Israël uit de wind door de meerderheid van de voorstellen die andere leden van de Veiligheidsraad indienden tegen te houden.

Pas in december 2016 onthield de regering-Obama zich bij de stemming van een resolutie in de VN-Veiligheidsraad. Deze beslissing om een kritisch signaal naar Israël te sturen over de nederzettingen was ook een reactie op de bekendmaking van de zogenaamde ‘Regulariseringswet’. Op basis van deze wet zouden de Israëlische autoriteiten een aantal van de zogenaamde ‘illegale buitenposten’ retroactief willen legaliseren en annexeren. Ook al was de onmiddellijke impact van resolutie 2334 – een maand voor het presidentschap van Donald Trump – beperkt, toch was dit een belangrijke verschuiving. De Veiligheidsraad herbevestigde de illegaliteit van de nederzettingen en benadrukte dat veranderingen aan de grenzen van vóór 1967 niet toegelaten zijn, tenzij na een overeenkomst. Door de oproep een onderscheid te maken tussen Israël en de nederzettingen versterkte hij ook het Europese differentiatiebeleid en zette hij de deur op een kier voor concrete maatregelen.[iv] 

De transformatie van Palestijns gebied

Palestijns president Abbas stelt regelmatig dat de Palestijnen anno 2017 het enige bezette volk ter wereld zijn. Dat klopt niet: zo bezet Marokko de Westelijke Sahara en annexeerde Rusland de Krim. De uitzonderlijkheid van deze bezetting is dat ze al 50 jaar duurt en dat er geen uitzicht is op een einde aan deze vermeende tijdelijke situatie. Israël ontkent niet dat het een bezettende macht is, zo kwalificeert het Hooggerechtshof de situatie als een bezetting. Anderzijds verklaren Israëlische politici geregeld dat Israël niet gebonden is door de regels van het internationaal humanitair recht omdat er in 1967 geen soeverein bestuur was. Tussen 1949 en 1967 bestuurden respectievelijk Jordanië en Egypte de Westoever en de Gazastrook. Bijgevolg, betoogt Israël, waren deze gebieden geen grondgebied van een verdragsluitende partij, een voorwaarde voor de toepassing van de Vierde Conventie van Genève. Het Internationale Rode Kruiscomité, de Verenigde Naties en bijna alle VN-lidstaten verwerpen Israëls interpretatie.

Al vijftig jaar transformeren de Israëlische autoriteiten het grondgebied via de nederzettingen, ruimtelijke ingrepen zoals het aanleggen van natuurreservaten en militaire zones in de Westoever. In het boek ‘The Lords of the Land’ beschrijven de Israëlische journalisten Akiva Eldar en Idith Zertal hoe de staat de kolonisten via ondoorzichtige wetten gigantische hoeveelheden Palestijns (privé)land en waterbronnen gaf.[v] Een van de eerste methodes was het inroepen van veiligheidsnoden, op basis waarvan 40 nederzettingen werden opgericht. In de jaren zeventig besliste het Israëlisch Hooggerechtshof dat Palestijns privé-land niet meer mocht worden geconfisqueerd op basis van veiligheidsredenen. Een nieuwe methode voor grootschalige landroof diende zich aan: het uitroepen van land tot ‘publieke eigendom’. Op basis van een oude Ottomaanse wet werd land dat reeds drie jaar niet bewerkt was, als staatsland gezien. Het is niet duidelijk hoeveel land de Israëlische overheid in zone C (60 procent van de Westoever, onder volledige Israëlische controle) als staatsland beschouwt.[vi]

Wel duidelijk is dat de Israëlische regering niet van plan is om zich, zoals bepaald in de Oslo-akkoorden, terug te trekken uit zone C en toe te laten dat de Westoever en de Gazastrook één territoriale eenheid vormen. In de Westoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, leiden de aanhoudende oprichting en uitbreiding van nederzettingen tot de gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen. Kolonistengroeperingen hebben talloze buurten in landelijke gebieden en stadscentra zoals Hebron en Oost-Jeruzalem overgenomen en daarbij de Palestijnse inwoners met geweld verdreven. Bovendien maakt het door Israël opgelegde planningssysteem het risico op gedwongen verplaatsing groter. Het is voor Palestijnen vrijwel onmogelijk om van Israël een bouwvergunning te krijgen. Gebouwen die zonder toestemming opgetrokken zijn, riskeren door de Israëlische overheid vernield te worden. 99 procent van de Palestijnse gebouwen in zone C en ten minste een derde van alle Palestijnse woningen in Oost-Jeruzalem werden gebouwd zonder Israëlische bouwvergunning, waardoor hun bewoners het risico lopen op vernieling.[vii]

Hebron - Gescheiden werelden

In 2016 nam het aantal vernielingen van Palestijnse structuren drastisch toe: er werden 1.093 Palestijnse structuren en Europese projecten vernield ter waarde van meer dan 500.000 euro. De bedoeïenen in de controversiële E-1-zone in de periferie van Oost-Jeruzalem, behoren tot de meest kwetsbare gemeenschappen voor gedwongen verplaatsing. Een groot deel van de Israëlische regeringscoalitie wil op korte termijn het nederzettingenblok Ma’aleh Adumim annexeren (‘Annexation Bill’) en zo de cirkel van nederzettingen rond Jeruzalem verbreden.

Na de illegale machtsovername van Hamas in de Gazastrook in 2007 riep Israël Gaza uit tot ‘vijandig gebied’ en isoleerde het de smalle kuststrook van de rest van de wereld. Het installeerde een draconische blokkade waarbij het de bewegingsvrijheid van personen en goederen vrijwel volledig aan banden legde. Tien jaar na het begin van de blokkade, waarin ook drie verwoestende conflicten plaatsvonden, lijkt de isolatie van Gaza permanent geworden.  

Twee categorieën mensen op eenzelfde grondgebied

In juni 1967 verspreidde het Israëlische leger pamfletten om Palestijnse burgers te informeren dat het voortaan bevoegd was voor de civiele en militaire orde. De lokale wetten zouden behouden blijven in zoverre ze strookten met de verordeningen van de militaire commandant. Naast de lokale wetgeving voerde Israël ook het militair recht in en creëerde het een discriminerend systeem. Tot op heden hebben Israëlische kolonisten en Palestijnen een gescheiden wegennetwerk en aparte nutsvoorzieningen. Bovendien vallen ze onder respectievelijk het burgerlijk en het militair recht. Hierdoor wordt een Palestijn die geweld pleegt tegen een Israëlische soldaat of kolonist door een Israëlische militaire rechtbank in de nederzettingen berecht. Een Israëlische kolonist die geweld tegen een Palestijnse burger pleegt moet voor een Israëlische civiele rechtbank verschijnen, als hij al vervolgd wordt.

Kolonisten weten dat de kans op vervolging bij geweldplegingen tegen Palestijnen miniem is. Volgens de Israëlische ngo Yesh Din (Hebreeuws: Er is recht) worden 85 procent van de onderzoeken naar ideologisch geweld door kolonisten gesloten en is er slechts 1,9 procent kans dat een klacht ingediend door een Palestijn bij de Israëlische politie daadwerkelijk tot vervolging leidt. Een groot deel van de geweldplegingen door kolonisten vindt plaats in Palestijnse landbouwgebied in zone C, met als doel het leven van de Palestijnse boeren er te bemoeilijken en hen uiteindelijk te verplaatsen.[viii] Het gebrek aan afschrikking van strafrechtelijke vervolging moedigt extreme kolonistengroepen aan om politiek geweld te gebruiken.

Het gebruik van geweld door het leger wordt sinds de start van de Tweede Intifada ook gezien als een legitiem preventiemiddel tegen terreur. De Israëlische ex-soldaten van Breaking the Silence beschrijven hoe ze ervan uitgingen dat elke Palestijnse man of vrouw verdacht was en een bedreiging vormde voor de veiligheid van Israëlische burgers. Hierdoor was het geoorloofd om, in het kader van contraterreur, een hele burgerbevolking via intimidatie zoals geweld aan controleposten, invallen in huizen en collectieve bestraffing af te schrikken. Ook het afscheiden van Palestijnen van Israël, van Palestijnse gemeenschappen onderling en het ontnemen van hun basisrechten is een manier om burgers te controleren en hun land te annexeren.[ix]  Door zijn militaire superioriteit en zijn ingenieuze bezettingssysteem kan Israël alle niveaus van het Palestijnse burgerleven controleren en zijn aanwezigheid constant duidelijk maken. De paradox is dat de bezetting voor een groot deel van de Israëlische burgers onzichtbaar is.

Politieke aanbevelingen Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen vragen dat België en de EU:

  1. aandringen op het respect voor het internationaal recht door zowel Israël als de Palestijnse gewapende groeperingen; rekenschap eisen voor schendingen van het internationaal humanitair recht en het klimaat van straffeloosheid tegengaan;

  2. de relaties met Israël niet langer versterken zolang Israël het internationaal humanitair recht en de mensenrechten systematisch schendt;

  3. het differentiatiebeleid, dat een onderscheid maakt tussen Israël en de illegale nederzettingen, verder uitbouwen en nederzettingen uitsluiten uit alle bilaterale akkoorden met Israël, de invoer van nederzettingsproducten verbieden en actief bedrijven ontraden in de nederzettingen te investeren;

  4. diplomatieke actie ondernemen tegen de gedwongen verplaatsing van de bezette bevolking en de vernieling van eigendommen;. ook compensatie eisen voor Israëls vernieling van projecten in de Palestijnse gebieden;

  5. Israël onder druk zetten om de blokkade van Gaza op te heffen, en niet enkel humanitaire hulp toe te laten maar ook bouwmateriaal voor de heropbouw;

  6. de steun aan Israëlische en Palestijnse mensenrechten- en vredesorganisaties opvoeren, zeker nu het klimaat voor maatschappelijk protest grimmiger wordt.

 

Factbox over 50 jaar bezetting

  • Israël annexeerde de Syrische Golanhoogte en Oost-Jeruzalem, wat betekent dat het Israëlisch recht op dit gebied wordt toegepast. In 1979 gaf Israël de Sinaïwoestijn terug aan Egypte en ontmantelde het er zijn nederzettingen.

  • Een bezetting is niet per se in strijd met het internationaal recht. Het internationaal recht erkent dat een staat onder bepaalde omstandigheden (delen van) het grondgebied van de tegenstander tijdens een gewapend conflict tijdelijk militair kan bezetten.

  • De Vierde Conventie van Genève verbiedt de bezettende macht veranderingen aan te brengen aan het publieke leven, de instellingen en de demografische samenstelling van het bezette gebied. Nederzettingen zijn illegaal omdat een bezettende macht geen burgers van zijn eigen grondgebied naar bezet gebied mag overbrengen.

  • De Westelijke Jordaanoever telt 125 Israëlische nederzettingen. Oost-Jeruzalem telt 12 nederzettingen. In totaal wonen er meer dan 550.000 kolonisten (waarvan 370.000 in de Westoever). De nederzettingen zijn met Israël verbonden via aparte nederzettingswegen.

  • In 2005 trok Israël zijn leger terug uit de Gazastrook en ontmantelde het zijn nederzettingen. Ondanks deze terugtrekking behoudt Israël de controle over het gebied grotendeels en heeft het tot op heden internationaalrechtelijke verplichtingen tegenover de Palestijnse burgerbevolking.

Brigitte Herremans is medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. Zij schreef samen met Ludo Abicht ‘Israël & Palestina. De kaarten op tafel’ (Pelckmans Pro, 2016).

Dit artikel is een van de zes bijdragen in het Koerierdossier 'Kansen en hinderpalen op weg naar vrede in het Midden-Oosten' (mei-juni 2017)


[i] Interview met Lara Friedman, Forum for Middle East Peace, 4 mei 2017.

[ii] N. BARAM, Een land zonder grenzen, een Israëlische schrijver reist door de bezette gebieden, De Bezige Bij, 2017.

[iii]Security Council Report, The Middle East 1947-2007: Sixty Years of Security Council Engagement on the Israel/Palestine Question, 17 december 2007.

[iv] M. PLITNICK, Understanding the UN Settlements Resolution, 27 december 2016, Foundation for Middle East Peace.

[v] A. ELDAR,  I. ZERTAL, The Lords of the Land, The War for Israel's Settlements in the Occupied Territories, 1967-2007, 2007.

[vi] D. ETKES, This is How Settlers Take over Palestinian Land, 8 januari 2016, +972 Magazine.

[vii][vii] CIDSE, Nergens beter dan thuis, De gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen in de Palestijnse gebieden en in Israël, 31 januari 2017, http://www.broederlijkdelen.be.

[viii] M. SFARD, Toespraak in de VN-Veiligheidsraad, 7 mei 2016, http://www.yesh-din.org.

[ix] BREAKING THE SILENCE, Our Harsh Logic, Israeli Soldiers’ Testimonies from the Occupied Territories, 2000-2010, Picador, 2012.

  • Foto boven: Muur in Bethlehem/avsl/Creative Commons
  • Foto midden: Illegale nederzettingen op de Westoever/Jan Alnbrecht/Creative Commons
  • Foto onder: Hebron - Gescheiden werelden/Palestine Israel Ecumenical Forum/Creative Commons