Actueel

|
18 april 2018

'Defensie onderzocht  zichzelf en kwam tot de conclusie dat Defensie niet in de fout ging'

Gevechtsvliegtuigen: Operatie Schone Handen overtuigt niet

Op 18 en 19 april 2018 organiseert de federale Kamercommissie Defensie hoorzittingen over de vervanging van de Belgische F16-gevechtsvliegtuigen. Dit nadat uitgelekte documenten tonen dat studies over een mogelijke levensduurverlenging van de F-16s werden achtergehouden door hoge legerofficieren.

1. Waarover gaat het ook alweer?

Op 20 maart 2018 maakte oppositiepartij sp.a een tot dan geheime studie bekend van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin. Sp.a kreeg deze in handen via een klokkenluider, “Kolonel X”. Uit dit rapport bleek dat de levensduur van de Belgische F16-vloot zonder veel grote kosten met zes jaar verlengd kan worden (tot 2029), wat ongeveer overeenkomt met 1.500 extra vlieguren.

Kort hierna toonden uitgelekte mails dat hoge legerofficieren (waaronder luchtmachtcommandant Vansina en hoofd van het aankoopprogramma Van Pee) op de hoogte waren van deze studie. Ze beslisten deze belangrijke informatie echter niet te delen met legerchef Compernol en minister van Defensie Vandeput. Deze laatste sprak van een ‘zware inschattingsfout’ en mogelijke ‘manipulatie’. Eind maart 2018 lekten ook documenten uit waar zwart op wit wordt gesteld dat België nieuwe gevechtsvliegtuigen wil uitrusten met een nucleaire capaciteit. Vandeput kondigde in april 2018 aan geen nieuwe termijn als defensieminister te ambiëren.

De regering besliste eind maart 2018 om drie studies te laten uitvoeren, die op 18 en 19 april 2018 worden besproken in het parlement. Een interne studie, een externe audit en bijkomende technische info van vliegtuigbouwer Lockheed Martin. Op 13 april kwam het parlement bijeen om een samenvatting van deze drie studies te bespreken en een aantal betrokken partijen te horen. Het parlement werd nauwelijks 24h op voorhand over deze bijeenkomst geïnformeerd, en kon pas vanaf 16 april de volledige studies inkijken. Op 13 april werden enkel zeven A4’s uitgedeeld die de drie studies samenvatten.  Van een ernstig parlementair debat kon nauwelijks sprake zijn.

Op basis van deze samenvattingen stellen minister Vandeput en de legertop dat er nauwelijks een probleem is. Operatie Schone Handen werd ingezet: op enkele weken tijd ging het van een ‘zware inschattingsfout’ naar ‘overgaan tot de orde van de dag’. Op basis van drie spooknota’s die angstvallig geheim worden gehouden, pleit Defensie zich vrij van elke blaam. ‘Ik heb mijn promotor en lector een samenvatting gegeven van mijn thesis, mijn medestudenten hebben het grootste gedeelte toegelicht en zij hebben bepaald dat ik geslaagd ben’, maakte een observator een ironische vergelijking.

2. Was er sprake van een grondig en onafhankelijk intern onderzoek?

Neen. Kort samengevat: Defensie onderzocht tussen 20 en 29 maart 2018 zichzelf en kwam tot de conclusie dat Defensie niet in de fout ging. De betrokkenheid van Generaal Debaene, het hoofd van het Departement Material Resources (DGMR), in het interne onderzoek is uitermate problematisch, aangezien verschillende betrokkenen werkzaam zijn binnen DGMR. Defensie is zo rechter en beschuldigde tegelijkertijd. Dat wordt duidelijk in volgende toelichting van Luitenant-Generaal Robberecht op 13 april 2018 (p 37-38):

‘Het Inspectoraat-Generaal functioneert sinds begin dit jaar. Om redenen van efficiëntie is er gekozen voor een kleine dienst. Bij onderzoeken wordt er dus een beroep gedaan op andere stafdepartementen (…) In casu was het zeer snel duidelijk dat de DGMR voor een ondersteunende rol gevraagd zou worden. Enerzijds omdat de problematiek zich situeerde bij medewerkers van de DGMR (…) Om redenen van efficiëntie en snelheid hebben wij aan Generaal Debaene gevraagd om een ondersteunende rol te verlenen in het kader van het onderzoek.’

Dat is niet de enige ernstige procedurele tekortkoming. Generaal Debaene nam ook deel aan de verhoren van klokkenluider “Kolonel X”, hoewel hij zijn hiërarchisch overste is.  Vanuit het kabinet-Vandeput werd ook druk uitgeoefend op de onderzoekers om kolonel X een verklaring te laten ondertekenen die Vandeput en legerchef Compernol uit de wind zou zetten. Kolonel X weigerde dit te ondertekenen wegens ‘niet waarheidsgetrouw’.

Daarnaast worden methodologische vragen gesteld bij het interne onderzoek, dat enkel gebaseerd is op interviews met directe betrokkenen. Kamerlid Veli Yuksel (CD&V), nochtans een lid van de meerderheid, stelde het op 13 april als volgt: ‘Hoe sluitend zijn interviews geweest om de waarheid te achterhalen?’

3. Hoe sluitend is de externe audit?

Ook de externe audit overtuigt niet. De leden van de commissie Defensie kregen op 13 april een samenvatting van één pagina. Deze stelt dat de studie van Lockheed Martin ‘conform de geldende bevoegdheden werd opgevolgd en behandeld’, ‘de informatie volgende de geldende procedures niet moest doorstromen naar het niveau CHOD en MOD’, en ‘geen impact heeft op het lopende aanbestedingsdossier voor de vervanging van de huidige F-16 vloot.’

Het blijft echter een groot vraagteken in hoeverre de Federale Interne Audit, die de audit uitvoerde, toegang had tot alle relevante informatie. Het hoofd van de Federale Interne Audit gaf op 13 april zelf toe dat de betrokken individuen ruim de tijd hadden om mogelijk schadelijke mails te verwijderen. Defensie kondigde immers op 21 maart aan dat er een audit zou plaatsvinden. De auditdienst vroeg  pas op 23 maart, 48h later dus, om een kopie te krijgen van het mailverkeer van de PST-bestanden van de betrokkenen. Uiteindelijk ontving de Federale Interne Audit pas een kopie op 4 april. In de woorden van het hoofd van de auditdienst:

‘Laat ons dus zeggen dat er tijd is verlopen tussen die twee momenten, hoe dan ook (…) Laat me zeggen dat wij een kopie gekregen hebben waarop ook gedeletete mails stonden, maar als u echt zeker wilt zijn is het beter om gewoon de pc te nemen en die volledig te screenen.’

Ze vervolgde:

‘Il pourrait être possible que tous les mails ne nous aient pas été transmis ou que certains aient été supprimés.’

4. Wat weten we (niet) over de technische studie?

De samenvatting van de technische studie over een verlenging van de levensduur van de F16s bevatte geen concrete cijfers. Generaal Debaene sprak in zijn mondelinge toelichting aan het parlement over een ‘significante kost’ van ‘ongeveer één miljard’. Het is echter onduidelijk over welk type verlenging het hier gaat: een “zachte” levensduurverlenging van zes jaar, of een “harde” levensduurverlenging van 27 jaar? Minister Vandeput sprak eerder over een extra kost van meer dan twee miljard. 

Minister Vandeput stelde verder, in zijn mondelinge toelichting op 13 april, dat de studie van Lockheed Martin ‘waardeloos’ is omdat slechts 16 van de 54 Belgische F16s uitgerust zijn met gespecialiseerde meetapparatuur om het aantal vlieguren te meten.

Die plotse bocht doet belangrijke vragen rijzen: 

  • Is er sprake van een wonderbaarlijke “deus ex machina”? Als een verlenging van de levensduur van de F-16’s onmogelijk zou zijn door een gebrek aan meetgegevens, waarom brengt Defensie dit nu pas naar buiten? Als het zo eenvoudig is, waarom duurde het dan drie weken vooraleer Defensie dit verduidelijkte? Als een levensduurverlenging hoe dan ook onmogelijk is door een gebrek aan meetgegevens, waarom liet men überhaupt alle eerdere studies over een levensduurverlenging uitvoeren? Of kwam Defensie pas deze maand, na meer dan 30 jaar, te weten welke meetapparatuur er aan hun eigen F-16’s zitten?
  • Als de studie van Lockheed Martin (uitgevoerd in april 2017) effectief een puur theoretische oefening zou zijn (door het gebrek aan de juiste meetapparatuur op Belgische F-16’s), waarom ging Defensie dan pas ‘na interne analyse’ (p 14) in op het aanbod van Lockheed Martin om deze studie uit te voeren? Als het zo eenvoudig zou zijn, waarom werd überhaupt een interne analyse uitgevoerd?
  • Als de studie van april 2017 ‘waardeloos’ is omdat Belgische F-16’s hoe dan ook niet over de juiste meetapparatuur beschikken, waarom besliste Defensie om in februari 2018 een vervolgstudie te laten uitvoeren?
5. Moeten nieuwe gevechtsvliegtuigen massavernietigingswapens dragen?

In een VRT-podcast weigerde minister Vandenput opnieuw enige informatie te geven over de vraag of nieuwe gevechtsvliegtuigen uitgerust worden met illegale massavernietigingswapens. ‘Transparantie is een modewoord’, klonk het.

Eind maart 2018 publiceerde De Standaard echter documenten die zwart op wit de vooringenomenheid van Defensie aantonen inzake het uitrusten van nieuwe gevechtsvliegtuigen met een dure, overbodige en gevaarlijke nucleaire capaciteit. ‘De Belgische overheid wenst blijvend deel te nemen aan deze nucleaire NAVO-capaciteit’, klonk het.

Die onthulling werpt een nieuw licht op de vraag of nieuwe gevechtsvliegtuigen uitgerust moeten worden met kernwapens. Minister Vandeput en luchtmachtkolonel Van Pee hielden altijd vol dat een nucleaire capaciteit nauwelijks een factor was in het aankoopproces voor nieuwe gevechtsvliegtuigen. De maskers vallen zo eindelijk af. Defensie toont zwart op wit haar vooringenomenheid en wil koste wat koste gevechtsvliegtuigen kopen met een nucleaire capaciteit. Tegelijk probeert het deze beslissing te onttrekken aan enig publiek en politiek debat. Die achterkamerpolitiek moet stoppen.

Door nieuwe gevechtsvliegtuigen uit te rusten met een nucleaire capaciteit, zou België ook kiezen voor een verlengde aanwezigheid van de Amerikaanse kernwapens in Kleine Brogel. Illegale massavernietigingswapens zouden zo een centrale pijler blijven van het Belgische defensiebeleid. Militaire experts en oud-diplomaten zijn het nochtans eens dat de Amerikaanse tactische kernwapens in Europa geen enkel militair nut hebben, terwijl ze wel een belangrijk veiligheidsrisico vormen. In een nieuw rapport roepen Amerikaanse diplomaten en militairen daarom op deze kernwapens terug te trekken uit Europa en om Europese gevechtsvliegtuigen niet uit te rusten met een nucleaire capaciteit.

Kamerleden Karolien Grosemans (N-VA) en Tim Vandenput (Open Vld) spraken zich in het verleden overigens al uit tegen een dual use capaciteit. Nemen zij nu hun verantwoordelijkheid binnen hun partij? Dat kan eenvoudig: in Nederland nam het parlement een resolutie aan die eist dat nieuwe gevechtsvliegtuigen geen nucleaire taak hebben. Waarop wachten Belgische parlementsleden om dat Nederlandse kunstje over te doen? 

Van een regering die van budgettaire evenwichten een stokpaardje maakt, mag men bovendien verwachten dat ze elke euro twee keer omdraait. Een dual use-vereiste brengt echter hoe dan ook een extra kost met zich mee, bovenop de 15 miljard euro waarvan sprake. Waarom vindt de regering het niet nodig om deze meerkost te laten berekenen vooraleer een beslissing te nemen? Geldt het goede huisvader-principe niet als het om massavernietigingswapens gaat?