Actueel

Elena Vilenskaya van het Huis van Vrede en Geweldloosheid in Sint-Petersburg: ‘ik blijf doorgaan’

Begin april 2017 kwamen berichten naar buiten over de vervolging van homoseksuelen in Tsjetsjenië. Die berichten vestigden nog maar eens de aandacht op het repressieve regime van Ramzan Kadyrov, de dictator die Tsjetsjenië met harde hand leidt. Kritische mensen worden ontvoerd en de bevolking leeft in angst. Dit allemaal onder het goedkeurend oog van het Kremlin, dat Kadyrov steunt zolang hij de regio ‘stabiel’ houdt.

Pax Christi Vlaanderen sprak met Elena Vilenskaya, van Het Huis van Vrede en Geweldloosheid uit Sint-Petersburg: ‘Als je geld van buitenlandse fondsen of regeringen krijgt, word je beschouwd als een  'buitenlands agent'. Historisch gezien is voor ons Russen een buitenlands agent hetzelfde als een collaborateur of verrader.’

Het Huis van Vrede en Geweldloosheid is een Russische ngo die via trainingen, tentoonstellingen en vredesacties probeert stereotypen onderuit te halen, tolerantie en mensenrechten te promoten en geweldloosheid in conflictoplossing uit te dragen. Elena Vilenskaya vertelt ons over de ngo-wet van het Poetinregime die hun werking bijna onmogelijk maakt, over het schrikbewind van Kadyrov in Tsjetsjenië en de waarde van persoonlijke contacten om verandering te bewerkstelligen.

Wat doet Het Huis van Vrede en Geweldloosheid precies?

Leden en activisten van het Huis van Vrede en Geweldloosheid zaten eerst samen in een ngo die ’Soldatenmoeders van Sint-Petersburg’ heette. Ik was op dat moment covoorzitter van de Soldatenmoedersorganisatie. Vanaf 2004 werkten we samen aan de uitbouw van het Huis van Vrede en Geweldloosheid. We hebben veel projecten rond mensenrechten gedaan en trainingen om jonge mensen spelenderwijs geweldloosheid te laten ervaren. Voor mij ging het dan vooral om vredesbevordering met mensen uit Tsjetsjenië. We hebben veel trainingen en ontmoetingen met jongeren uit Tsjetsjenië en andere delen van Rusland georganiseerd. In de hoofden van de mensen is Tsjetsjenië een aparte staat. Soms vergeten zelfs ambtenaren en officials dat Tsjetsjenen ook burgers van Rusland zijn. We wilden mensen van Tsjetsjenië en andere delen van Rusland, volwassenen en studenten, samenbrengen om de bestaande vooroordelen te bestrijden.

Het meest succesvolle project was een project van verzoening. Dat organiseerden we samen met Memorial (een Russische burgerrechtenorganisatie) en Yabloko (een Russische politieke partij). Om het project kort historisch te duiden: op 5 februari 2000 richtte OMON, de oproerpolitie van Sint-Petersburg en Rjazan een slachting aan in het dorp Novye Aldi, een buitenwijk van Grozny. Ze vermoordden er volgens gegevens van Memorial 56 mensen. Het dorp werd de dag voordien gebombardeerd omdat er volgens het Russisch leger strijders verborgen zaten. De dorpelingen vroegen daarop de strijders om weg te gaan, en gingen met een witte vlag onderhandelen met de Russische strijdkrachten. Maar de volgende dag begon de OMON-operatie toch. De agenten van deze speciale eenheid stormden huizen binnen en vroegen geld. Wie dat niet kon geven, werd gedood. Zwangere vrouwen, Tsjetsjenen, Russen, Oekraïners, die daar toen ook woonden, werden allemaal vermoord. De mensen van Aldi herinneren zich deze tragedie nog goed. Achteraf werden 13 mannen door de politie meegenomen. Zogezegd een formaliteit om hun paspoort te controleren. Hun familie heeft hen nooit meer teruggezien.

Jonge mensen uit dit dorp wantrouwen mensen uit Sint-Petersburg. Voor hen representeerde de militaire politie die hun dorpsgenoten ombrachten heel onze stad. Om te tonen dat die operaties niet in onze naam zijn gebeurd en dat niet alle mensen van Sint-Petersburg criminelen zijn, besloten we jongeren van Aldi naar Sint-Petersburg uit te nodigen om speciaal voor hen een cultureel programma uit te werken.

Elena Vilenskaja: vorming voor schoolkinderen

We hebben vroeger ook veel trainingen en educatieve programma's voor leerlingen van de middelbare school opgezet. Nu is dat bijna onmogelijk geworden. ’Ngo’s die het officiële beleid niet steunen, mogen niet meer met schoolkinderen werken. Scholen, en zelfs crèches, worden streng gecontroleerd door de autoriteiten. De propaganda hierrond komt niet enkel van de grootste politieke partij, Verenigd Rusland, waartoe ook Poetin behoort, maar vaak ook van de orthodoxe kerk. De verenigde krachten van de regerende partij en de orthodoxe kerk vormen het beleid van Poetin. De voormalige communisten zijn nu allemaal godvruchtige gelovigen geworden.

Persoonlijke contacten

De acties van het Huis van Vrede en Geweldloosheid werken vooral op een persoonlijk niveau, eerder dan op een breder politiek niveau. Is dat bewust?

We doen dit omdat het erg waardevol is. We hebben gemerkt dat een persoonlijk contact, waarin de persoon zelf zijn verhaal vertelt, je emotionele betrokkenheid verhoogt. Een emotioneel verhaal raakt je minder als er geen persoonlijk contact is. Ik geloof sterk dat deze connecties op een persoonlijk niveau beter werken. Het is een goede manier om vooroordelen weg te werken. De ervaringen van ‘de Vrouwen in het Zwart’ van Belgrado, die met deze methodes zijn begonnen, hebben ons goed geholpen. De tragedies die zij hebben meegemaakt lijken erg op de situaties waar wij mee omgaan. Ik heb hen vaak bezocht en ook gesproken met vrouwen uit Srebrenica. Ik was daar toen ze de geïdentificeerde slachtoffers begroeven. Dat alles ligt nu in het verleden.

In Rusland kunnen we momenteel wel iéts doen, maar we moeten wel letten op de veiligheid van onze vrienden, bijvoorbeeld in Tsjetsjenië. Zij leven in een situatie waar intimidatie en angst zo aanwezig zijn, dat ze elke dag hun leven riskeren als ze spreken. Je weet nooit wat een reactie van het regime kan provoceren.

Persoonlijke contacten hebben meer effect dan engagement op een politiek niveau?

Het kan ook positief zijn als iets van bovenaf wordt opgelegd. Perestrojka, de hervormingspolitiek van Gorbatsjov, eind de jaren 80, werd van bovenaf opgelegd. Dat heeft negatieve en positieve zaken opgeleverd. Maar wat van bovenaf wordt opgelegd, komt niet voort uit je eigen geweten, en is daarom meestal minder doeltreffend dan initiatief en verandering in denken die vanuit het persoonlijke komen. Er zijn goede organisaties die op politiek niveau werken. Maar ik geloof dat een situatie pas echt kan veranderen als mensen er klaar voor zijn. Heel wat mensen waren klaar voor de Perestrojka, maar velen ook niet. Daarom zien we nu mensen die nostalgie naar het Sovjetverleden hebben.

Enkele jaren geleden werd een wet ingevoerd die de werking en activiteiten van ngo’s reguleert. Als je geld van buitenlandse fondsen of regeringen krijgt, word je beschouwd als een 'buitenlands agent' en moet je je als organisatie ook met die terminologie kenbaar maken. Historisch gezien is het voor ons Russen om een buitenlands agent te zijn hetzelfde als een collaborateur en verrader zijn. Dat zit in onze cultuur. Dat heeft ons werk geen goed gedaan.

Dus wordt het moeilijker om mensen te engageren?

Je moet bij elke activiteit die je organiseert zeggen: 'Georganiseerd door het Huis van Vrede en Geweldloosheid, buitenlands agent'. Dat is absurd. Je moet om de drie maanden een financieel rapport indienen. Wij zijn een erg kleine organisatie. Voor ons is dat onmogelijk. De eerste jaren kregen we nog een beetje geld van de lokale overheid. Maar dat is gestopt. We dienen aanvragen in, maar krijgen niets meer. We kunnen niet meer in scholen werken, we kunnen niet meer naar Tsjetsjenië gaan. We kunnen nog mensen uitnodigen, maar als je geen geld hebt, is dat moeilijk. We moeten overleven.

Ik ben ondertussen nog de enige die in de organisatie actief is. Waarschijnlijk omdat ik veel fysieke en morele energie heb. Mijn collega's kampen met familiale problemen. Ik heb twee jobs, en ga nog steeds door. Ik kan ook wel iets doen zonder geld. Ik heb een appartement, dus ik kan mensen uitnodigen en ik kan hen eten geven. Er zijn veel mensen in Sint-Petersburg, intellectuelen bijvoorbeeld, die hun tijd en expertise kunnen inzetten.

Als opvolging van ons Aldi-project hebben we tweemaal groepen van ginder uitgenodigd, in 2010 en 2013. In de eerste groep zat een jongeman die in fotografie was geïnteresseerd, dus hebben we hem daarmee geholpen. Hij woont in mijn appartement en heeft les gekregen van verschillende professionele fotografen. Door contacten met fotografen en activisten die via crowdfunding geld voor de huur van een locatie bijeenbrachten, hebben we ook een tentoonstelling georganiseerd van een jonge Tsjetsjeense schilder.

Op dit moment heb ik contact met mensen van Ingoesjetië, ook in de noordelijke Kaukasus, die in Sint-Petersburg wonen. Zij hebben het bloedbad van 1992 overleefd. Dat is een lang verhaal. In 1944 zijn de mensen van Tsjetsjenië en Ingoesjetië gedeporteerd naar Kazachstan. De gronden van de Ingoesjeten werden aan mensen uit Noord-Ossetië gegeven. Dat was de basis voor vele latere conflicten, vooral dan in 1992. Langs beide kanten zijn er veel mensen vermoord. Ingoesjeten hebben vooroordelen tegenover mensen uit Noord-Ossetië en omgekeerd. Vele Ingoesjeten hopen nog steeds hun grond terug te krijgen. We hebben geprobeerd uit te leggen dat dit onmogelijk is en dat ze moeten leren samenleven.

De laatste keer dat ik er was, heb ik met Annemarie Gielen van Pax Christi Vlaanderen en Pat Patfoort (Vlaamse coach in geweldloze conflictoplossing) besproken hoe we kunnen helpen. Ik hoop dat we dit jaar, of begin volgend jaar, een training kunnen opzetten voor jongeren van Noord-Ossetië en Ingoesjetië. Het probleem is om mensen uit Noord-Ossetië te vinden. Want in deze republiek waren de mensen traditioneel pro-Sovjet en pro de regering. Het is daar dan ook een groot taboe om over dit conflict te praten. Als we de mensen vinden, zal Pat Patfoort een training met hen doen.

Hoe werkt het Huis van Vrede samen met Pax Christi?

Vroeger was de samenwerking actiever. Pax Christi hielp ons om in contact te komen en ervaringen uit te wisselen met mensen, groepen of scholen in België die werken aan vrede op een geweldloze manier. Annemarie Gielen heeft ons veel geholpen met het vinden van geld voor projecten, contacten met mensen, met ideeën. Ze heeft ons met Pat Patfoort in contact gebracht. We hebben haar boek in het Russisch vertaald via zo’n project. Nu zijn we minder actief door die ngo-wet en vrezen we dat we de organisatie moeten opdoeken. Onze belangrijkste activiteiten gaan over Tsjetsjenië. Met de situatie zoals ze nu is in Rusland kan je nooit weten wat een reactie van de overheid kan provoceren. We hebben meer dan honderd politieke gevangenen. Soms worden mensen alleen al gearresteerd omdat ze iets delen op het internet. Daarom is het niet veilig voor ons.

Annemarie Gielen bij Soldatenmoeders

Angst om te herinneren

Is dat de reden dat het Huis van Vrede ermee ophoudt?

Sinds die wet over ngo’s is aangenomen hebben we maar één keer een onderzoek van het ministerie van Justitie, dat zich met ngo’s bezighoudt, gehad. Dat was erg vreemd, want ze gaven ons geen officiële papieren, alles gebeurde mondeling. De officiële vertegenwoordigster van het ministerie van Justitie vroeg ons om al onze documenten, boeken en resultaten van onze activiteiten binnen te brengen. Toen ze onze documenten teruggaf, vroeg ze me trouwens of ze die boeken mocht houden. Ze had moeten huilen bij het lezen, het had haar emotioneel geraakt…

Eigenlijk is de politieke druk niet de voornaamste reden, wel de onmogelijkheid om te werken door de financiële implicaties van de wet. Bovendien kunnen we niet langer de veiligheid van de mensen waarmee we werken garanderen. Je weet nooit wat er gebeurt. Wat zou er gebeuren als we nu teruggingen naar Tsjetsjenië? Op persoonlijk niveau zullen de mensen er wellicht blij zijn je als vriend terug te zien. Maar sociale activiteiten organiseren is nog wat anders. Daarvoor zit de angst te diep. Toen we begonnen was het makkelijker om over de oorlogservaringen van mensen te praten. Nu zeggen mensen in Tsjetsjenië dat ze niet meer willen herinneren. Ze weten dat we ons niet alleen als vredesactivisten profileren, maar ook als beschermers van mensenrechten. En mensenrechten zijn geen populair thema om aan te halen. Mensen vrezen voor hun eigen leven en dat van hun families.

Op dit moment is de situatie er erg slecht. Mensen worden geïntimideerd en bedreigd als ze zich uitspreken tegen het regime. Mensen verdwijnen omdat ze Kadyrov bekritiseren. Drie jaar geleden werd een docent van de universiteit van Grozny ontvoerd. Enkele dagen later werd zijn lijk gevonden. Een vriend van mij gaf kritiek op Kadyrov in een interview. Zij moest met haar familie Rusland verlaten. Veel journalisten van de krant Novaya Gazeta, die het verhaal van de homovervolging bracht, worden bedreigd. Elena Milashina, de journaliste die de feiten ontdekte, moest Rusland ontvluchten en leeft ondergedoken. 

Soms zijn er moedige mensen die zich in video’s op YouTube uitspreken tegen Kadyrov, of bijv. hun armoede aankaarten. Kadyrov brengt daarop de mensen van hun dorp samen en dwingt hen om de hele familie uit het dorp te verjagen en hun huizen te vernietigen. Dat is uiteraard tegen de grondwet. Tijdens de eerste en tweede Tsjetsjeense oorlog werd ons voorgehouden dat alles in het werk zou gesteld worden om de grondwettelijke orde te herstellen. Maar de grondwet doet er kennelijk niet toe in Tsjetsjenië. En Poetin doet alsof er niets aan de hand is. Kadyrov is belangrijk voor het Kremlin omdat hij volgens hen de situatie onder controle heeft. Er ontploffen geen bommen meer. Het Kremlin staat volledig achter hem, ook nu weer in de zaak van de vervolgingen van homo’s.

Is er in Rusland zelf druk op Poetin om Kadyrov niet meer te steunen?

De samenleving in Rusland is erg verdeeld. Het is moeilijk om druk uit te oefenen. Je weet nooit wat mensen denken. In mijn omgeving zeggen zelfs sociologen dat het klimaat van angst zo groot is dat ze niet kunnen zeggen of hun onderzoek de echte situatie weergeeft. Als je vraagt of iemand Poetin steunt, of Kadyrov, krijg je zelden een eerlijk antwoord., Mensen hebben geen enkel vertrouwen in de machthebbers, in dit regime. Sommigen noemen Kadyrov een sterke leider, enkel uit angst.

Vergeven en verzoenen

Als het Huis van Vrede en Geweldloosheid ermee ophoudt, ziet u dan nog hoop en mogelijkheden in Rusland en Tsjetsjenië om uw type werk voort te zetten? 

Ik kan alleen voor mezelf beslissen. Ik ga door. Ik ga niet enkel voortwerken rond Tsjetsjenië, maar ook Ingoesjetië. Ik zie dat dat probleem nog erg diep zit. De mensen hebben het gevoel dat er geen rechtvaardige oplossing is bereikt. Voor hen is rechtvaardigheid in de eerste plaats verantwoording. Naar de toekomst toe moeten wij ons de vraag stellen hoe kunnen wij, Ingoesjeten en Noord-Osseten, samenleven? Ik denk dat het belangrijk blijft om de mensen in ons land daarover te informeren.

Opvoeding en informatie zijn belangrijk nu. We moeten niet vergeten, wel vergeven en verzoenen. Daarom denkt Pat (Patfoort) dat het beter is om te werken met jongeren die dat conflict niet actief hebben meegemaakt en over de toekomst kunnen nadenken. Als je over de toekomst denkt, denk je automatisch ook aan het verleden. 

Elena Vilenskaja en Natalja Estemirova

Toen we enkele jaren geleden nadachten over hoe we in Tsjetsjenië konden werken, zochten we naar manieren om niet rechtstreeks over het verleden te praten. We wilden de herinnering herstellen via een cultureel project. Maar tegelijkertijd waren we ons ervan bewust dat de tijd daarvoor niet rijp was. Dus besloten we het project te transformeren, en nu werken we samen met het museum van de dichteres Anna Achmatova. We hebben veel mensen van het Vasilyevsky-eiland in het midden van Sint-Petersburg geïnterviewd. Een expert zei ons dat mensen die op een eiland wonen, ook al ligt het midden in de stad, een specifieke psychologische ingesteldheid hebben. Daar gaan we een tentoonstelling rond maken. Psychologie door geografie. Ik heb nog veel ideeën. Mijn collega's steunen me moreel, maar zijn zelf uitgeput. Ze kunnen het niet meer opbrengen. Maar ik blijf doorgaan. Ik heb voor mezelf besloten dat ik nog steeds de energie heb om door te gaan.

Interview afgenomen door Daan Nicolay, vrijwilliger bij Pax Christi Vlaanderen (april 2017).

Elena Vilenskaya is sinds 2016 lid van de Algemene Vergadering van Pax Christi International.

Lees het interview met de journaliste die het verhaal van de homovervolging in Tsjetsjenië naar buiten bracht (in het Engels).

Foto's

  • Foto kinderen: Elena Vilenskaya aan het werk met schoolkinderen in het Huis van Vrede en Geweldloosheid, in 2009.
  • Zwart-witfoto: Annemarie Gielen (links) en Elena Vilenskaya (midden) in de vergaderruimte van de Soldatenmoeders in Sint-Petersburg, in 2003, met protestbord tegen misstanden in het leger.
  • Groepsfoto: Elena Vilenskaya (tweede van links) met naast zich Natalja Estemirova, die in 2009 werd vermoord. De daders werden nooit aangehouden.