Actueel

De vergeten Congolees aan het front

Bij de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog valt nauwelijks een woord over de tienduizenden Congolezen die door de koloniale banden meestreden en sneuvelden. Nadia Nsayi vraagt zich af waarom het grote publiek amper iets over dit vergeten stuk Belgisch-Congolese geschiedenis hoort of leest.

Ik ben geboren in Congo als kind van een Congolese moeder en een Belgische vader. Mijn zwarte grootvader stierf op latere leeftijd. Hij is de enige grootouder die ik heb gekend. Mijn blanke grootvader was heel lang een onbekende figuur voor mij. Tot ik me ging verdiepen in zijn levensverhaal. Als twintiger trad hij toe tot het Belgische leger. In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd hij door de Duitsers gevangen. Hij overleefde de oorlog en trok daarna als koloniaal naar Congo. Zijn verhalen over de oorlog zijn me altijd blijven fascineren.

Ik behoor gelukkig tot een generatie die de ellende van de oorlog niet heeft gekend. Ik had het geluk om mijn geboorteland te verlaten voor het uitbreken van de Congolese oorlog in jaren 90. Ik heb lang gedacht dat de Eerste Wereldoorlog enkel blanke mannen en hun families trof. Pas later ontdekte ik de rol van zwarte soldaten. Ze streden mee in een oorlog die eigenlijk niet de hunne was, door hun koloniale banden met België.

Zwarten in het leger

Historica Griet Brosens schrijft in haar boek 'Congo aan den Yser ' over 32 Congolezen uit het Belgische leger. Die mannen kwamen hier als boy of matroos terecht. Zij traden toe tot het leger en vochten mee in Namen, Antwerpen en aan den Ijzer. Sommigen van die zwarte soldaten overleefden de oorlog, andere sneuvelden, geraakten gewond, deserteerden of keerden terug naar Congo. Net zoals de blanke soldaten werden ze niet gespaard van oorlogsmiserie. Het levensverhaal van de Congolese oorlogsvrijwilliger Paul Panda Farnana (1888-1930) liet een diepe indruk na. Hij behaalde als eerste zwarte een hoger diploma in België en was één van de trekkers van de socio-culturele organisatie 'Union Congolaise'. Begin 20e eeuw sprak Farnana zich al uit over het belang van de emancipatie van het Congolese volk dat op dat moment leefde onder koloniale juk.

De “Groote Oorlog” speelde zich niet alleen af aan de Ijzer, maar ook op het Afrikaanse continent. Om de aanvallen van Duitse koloniale legers tegen te gaan zette België Congolese soldaten van het koloniale leger in. De Force Publique leverde belangrijke overwinningen tegen de Duitse troepen in Oost-Afrika. De legendarische veroveringen van Tabora en Mahenge in Tanzania waren onmogelijk geweest zonder de opoffering van duizenden Congolese soldaten, logistieke dragers en vrouwen. Een  geschiedenis waaraan ik herinnerd word als ik in de Brusselse Taborastraat loop. En Mahenge is verbonden met mijn kindertijd. Het huis van mijn Congolese grootvader bevindt zich nog steeds in de wijk Mahenge, gelegen in de hoofdstad Kinshasa. Auteur Lucas Catherine schrijft in 'Loopgraven in Afrika, de vergeten oorlog van de Congolezen tegen de Duitsers' dat Congolezen de oorlog in Afrika voor België gewonnen hebben. Naar schatting waren er in de Force Publique een kleine 18.000 soldaten en 280.000 dragers betrokken in de oorlog in Duits Oost-Afrika. Tienduizenden Congolezen stierven in een oorlog die niet de hunne was. Waarom worden zij zo goed als genegeerd in de geschiedenis?

Dekoloniseer de geschiedenis

2018 is het sluitstuk van de 100e herdenking van de Eerste Wereldoorlog. De voorbije vier jaar stelde ik pijnlijk vast hoe de Congolese soldaat vergeten wordt in onze collectieve herdenking. In Congo én in België wonen nog nabestaanden van Congolese oud-soldaten. Het negeren van hun verhalen is een regelrechte slag in hun gezicht. Waarom hoort of leest het grote publiek amper iets over dit vergeten stuk Belgisch-Congolese geschiedenis?  

We leven in een superdiverse samenleving met een groot aantal personen afkomstig uit Congo die een gemeenschappelijke koloniale verleden met België delen. Laten we de herdenking van de oorlog dan ook aangrijpen om die geschiedenis te dekoloniseren. Vertel het verhaal van de wereldoorlog niet alleen meer vanuit een Europees perspectief. Een correcter herdenkingsbeleid is meer dan nodig in het onderwijs, de media en in musea. En daarvoor moeten we niet van nul beginnen. Binnen de Congolese gemeenschap heb je bijvoorbeeld Georgine Dibua, die al jaren met haar Brusselse vzw Bakushinta een onvermoeibare strijd voert voor de erkenning van de Congolese oud-strijders en hun bijdrage aan de wereldoorlog. Ze geeft aan de nabestaanden een stem, die nog te zacht klinkt en niet gehoord wordt. Jaarlijks organiseert ze op 11 november een herdenkingplechtigheid aan het standbeeld van de onbekende soldaat in Schaarbeek. Dit initiatief heeft bij mij en andere (jonge) Belgen van Congolese afkomst een bewustmakingseffect gehad. Deze maand brengt Bakushinta de  tentoonstelling 'De vergeten strijd'  in De Markten. De expo toont de bezoeker postkaarten, foto’s en authentieke documenten die het verhaal vertellen van de Congolese oud-strijders en hun families. Met dit initiatief werpt de organisatie 'een licht op de Afrikaanse rol in die donkere, Westerse uren'. De tentoonstelling is een pedagogisch instrument waar onze samenleving nood aan heeft. Zeker in tijden van dekolonisatie in geest en daden.

Nadia Nsayi is beleidsmedewerker Congo voor Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen.

Deze opiniebijdrage verscheen eerder in De Standaard, onder de titel 'Bij het graf van de onbekende Congolese soldaat'  (10 november 2018)

Foto: Belgisch-Congolese troepen tijdens de militaire campagne in Duits koloniaal gebied, in 1916 (Creative Commons)