Actueel

Congo op weg naar verkiezingen: update

Op 22 november 2018 start de verkiezingscampagne in Congo. Een maand later moeten de Congolezen naar de stembus. Er zijn opnieuw belangrijke stappen gezet in de voorbereiding. President Joseph Kabila is geen kandidaat maar we kunnen ons de vraag stellen of hij een geloofwaardige machtswissel faciliteert. Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Congo, geeft een stand van zaken in vijf antwoorden.

1. Hoe ver staat de voorbereiding?

Eind 2017 maakte de Congolese kiescommissie de kieskalender bekend. Na twee jaar uitstel staan de presidentiële, parlementaire en provinciale verkiezingen gepland op 23 december 2018. De kalender is een stappenplan vanaf de registratie van de kiezers tot de installatie van een nieuwe president, het nationale parlement (Kamer en Senaat) en de parlementen in de 26 provincies. In totaal hebben meer dan 40 miljoen kiezers zich laten registreren.

Tijdens de zomer werd een belangrijke fase afgerond: de kandidaatstellingen. In totaal zijn er 21 kandidaten voor het presidentschap, 15.355 voor de 500 plaatsen in de Kamer en 19.640 voor de 26 provinciale parlementen. De presidentskandidaten betaalden een geldsom van 100.000 dollar voor hun deelname.

Het is afwachten of de gesprekken tussen de oppositieleiders leiden tot een gezamenlijke kandidaat om de eenheid van de oppositie te versterken.

De meerderheid van de presidentskandidaten komt uit de oppositie. De belangrijkste figuren zijn Félix Tshisekedi (voorzitter van UDPS en zoon van de historische oppositieleider Etienne Tshisekedi), Vital Kamerhe (voorzitter van UNC en ex-Kamervoorzitter) en Martin Fayulu (voorzitter van ECIDE, parlementslid en zakenman). De jongste kandidaat is de dertiger Seth Kikuni. Marie-Josée Ifoku is de enige vrouwelijke kandidaat.

Na gesprekken in verschillende steden hebben zeven oppositieleiders de verkiezingscoalitie Lamuka (‘Ontwaak’) gevormd met Fayulu als gezamenlijke kandidaat. Tshisekedi en Kamerhe verlieten de coalitie en maakten een einde aan het eenheidsfront van de oppositie. 

In tegenstelling tot de verkiezingen van 2006 en 2011 zullen de Congolezen niet stemmen op papier. De kiescommissie kiest om stemcomputers uit Zuid-Korea te gebruiken. Meer dan 100.000 machines moeten naar de 90.000 stembureaus getransporteerd worden. Tot slot is er nog de vorming van de verkiezingsagenten en de accreditatie van de observatoren.

2. Treedt Kabila echt af?

8 augustus was de deadline voor het indienen van de kandidaturen voor de presidentsverkiezingen. Niet Joseph Kabila, maar wel Emmanuel Shadary werd de kandidaat van FCC, het verkiezingsplatform van oude en nieuwe medestanders van Kabila. Shadary is de voormalige minister van Binnenlandse Zaken. Kabila’s beslissing om zich niet kandidaat te stellen voor een derde mandaat is in lijn met de Congolese grondwet. Er was echter veel straatprotest en internationale druk voor nodig. Vooral de positie van Afrikaanse landen was doorslaggevend.

De bevolking is erg ontevreden over het beleid van Kabila’s meerderheid sinds 2001. Toch beschikt het regime over voldoende middelen en controle op het verkiezingsproces om van Shadary de nieuwe president te maken. Met een partijgenoot als president en met loyale militairen op strategische plaatsen kan Kabila achter de schermen de politieke touwtjes in handen houden en de economische belangen van zijn familie beschermen. Bovendien stemde het parlement een wet die Kabila en zijn entourage nog voldoende privileges geeft. En als de verkiezingen toch weer uitgesteld zouden worden, mag Kabila volgens het Grondwettelijk Hof president blijven tot aan de installatie van zijn verkozen opvolger.

3. Welke zijn de obstakels?

De voorbije jaren was de kernvraag: vinden er verkiezingen plaats en is Kabila kandidaat? Vandaag lijken de verkiezingen onomkeerbaar en staat het vast dat Kabila geen kandidaat is. De vraag is nu: zullen de verkiezingen geloofwaardig zijn? Die geloofwaardigheid hangt af van de eerlijke, vrije, transparante en veilige context waarin de verkiezingen worden voorbereid en zullen doorgaan.

Het verkiezingsproces wordt gekenmerkt door wantrouwen ten aanzien van het regime. Instellingen zoals de kiescommissie en het Grondwettelijk Hof kampen met een probleem van onafhankelijkheid en legitimiteit. Daarnaast zijn er ook obstakels die kunnen leiden tot het uitstel van de verkiezingen of nu al de kiemen vormen van contestatie en een post-electorale crisis:

  • Het kiezersbestand bevat 6 à 10 miljoen kiezers die niet mogen stemmen (buitenlanders, minderjarigen, zonder vingerafdrukken).
  • De kiescommissie wilt omstreden stemcomputers gebruiken. Oppositiepartijen en middenveldorganisaties kanten zich tegen de computers omdat ze fraude vrezen.
  • De uitsluiting van populaire oppositieleiders. Oud-gouverneur Moïse Katumbi mocht Congo niet binnen om zich kandidaat te stellen. De kandidatuur van de recent vrijgesproken senator Jean-Pierre Bemba werd verworpen. Beiden verblijven nog in België.
  • De beperkte democratische ruimte waardoor opposanten, activisten en journalisten in een repressieve sfeer functioneren. De oppositie kreeg de toelating om meetings te organiseren maar het is onzeker of alle kandidaten vrij campagne kunnen voeren.
  • Er is een probleem van veiligheid in bepaalde zones in het oosten en de Kasai-regio: meer dan 100 gewapende groepen, 4 miljoen ontheemden en 13 miljoen mensen in nood.
  • De financiering van de verkiezingen. Congo weigert buitenlands geld, maar de begroting bedraagt slechts 7 miljard dollar. Er is 1,3 miljard dollar nodig voor alle verkiezingen.
4. Wat is de positie van de internationale gemeenschap?

De internationale gemeenschap die naar Congo kijkt,  kan je opdelen in drie groepen. Ten eerste is er het Westen met de Verenigde Staten en de Europese Unie voorop. Zij namen sancties tegen een tiental figuren van het regime voor hun verantwoordelijkheid in de schendingen van de mensenrechten. Zo staat presidentskandidaat Shadary op de Europese sanctielijst. De VS sanctioneerden ook de Israëlier Dan Gertler die bekendstaat om zijn omstreden zaken met de Kabila-clan.

Ten tweede zijn er de oosterse landen zoals Rusland en China. Zij groeiden uit tot belangrijke militaire en economische partners van het regime. Binnen de VN-Veiligheidsraad hebben zij de minst kritische stemmen. Ten derde zijn er de Afrikaanse spelers; de Afrikaanse Unie en de Zuidelijke Afrikaanse Organisatie SADC. Landen zoals Angola, Zuid-Afrika en Rwanda (zeker met Paul Kagame als voorzitter van de Afrikaanse Unie) spelen een voortrekkersrol.

Het Congolese regime is niet te spreken over de kritiek van het Westen en wil iedere vorm van politieke inmenging de mond snoeren. De relaties tussen Kinshasa en Brussel gingen achteruit omdat België binnen de EU de kritische kar trekt (bijvoorbeeld in het dossier rond de sancties) en bilateraal een deel van de ontwikkelingssamenwerking heeft opgeschort. Als tegenreactie sloot Congo het Europese visumhuis in Kinshasa dat door België beheerd wordt. 

België heeft begrepen dat zijn diplomatieke actieruimte kleiner wordt en zet daarom in op meer samenwerking met Afrikaanse sterkhouders zoals Angola en Rwanda. Op hun beurt kunnen ze de gang van zaken in Congo beïnvloeden. Er is misschien beterschap op komst na het gesprek tussen premier Charles Michel en Kabila in de marge van de Algemene Vergadering van de VN eind september.

De internationale gemeenschap reageerde positief op de niet-kandidaatstelling van Kabila. Ze blijft echter wel binnen de VN-Veiligheidsraad aandringen op geloofwaardige verkiezingen in overeenstemming met het politiek akkoord van 31 december 2016. Dit betekent onder meer de heropening van de democratische ruimte. De VN-vredesmissie MONUSCO heeft ook het mandaat om te helpen met de logistieke organisatie en de beveiliging van de verkiezingen.

5. Wat doet het middenveld?

De organisaties die sterk betrokken zijn, zijn structuren van de Katholieke Kerk, burgerbewegingen van jongeren en ngo’s. De Katholieke Kerk blijft de belangrijkste speler op politiek en diplomatiek vlak. De bisschoppenconferentie bemiddelde de onderhandelingen tussen meerderheid en oppositie. Die mondden uit in het Sylvesterakkoord. Sindsdien blijft ze ijveren voor de uitvoering van dat akkoord als basis voor geloofwaardige verkiezingen.

De Kerk is ook een maatschappelijke speler. Door haar sociale rol heeft ze een sterke mobilisatiekracht. Zo nam ze een voortrekkersrol via de lekenorganisatie CLC in de protestacties eind 2017 en begin dit jaar. Maar de bloedige repressie dwong haar om het straatprotest (voorlopig) op te geven. Toch heeft het volksprotest de internationale gemeenschap weer wakker geschud en de druk op het regime verhoogd.

Tot slot plant de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede met de hulp van internationale donoren de vorming van 40.000 verkiezingsobservatoren om een deel van de stembureaus te controleren.

De gespecialiseerde ngo-koepels zoals AETA en RODHECIC nemen vooral een technische rol op van electorale monitoring. Ze schieten te kort als het gaat om de electorale vorming van de bevolking, zoals sensibilisatie rond het gebruik van de stemcomputers.

Als laatste groep zijn er de bugerbewegingen zoals Lucha, Les Congolais Debout en Compte à rebours. Zij geloven niet in geloofwaardige verkiezingen georganiseerd door het Kabilaregime. Zij pleiten voor een transitie zonder Kabila maar worden niet gesteund door de Kerk.

Meer dan 100 organisaties hebben zich positief uitgesproken over de aanduiding van een gezamenlijke oppositiekandidaat en aanbevelingen geformuleerd omtrent het gebruik van de stemcomputers. Het middenveld staat voor de uitdaging om de komende weken nauwer samen te werken en standpunten en acties te coördineren. Ofwel probeert ze, samen met de oppositie en de internationale partners zoals België, het verkiezingsproces geloofwaardiger te maken, ofwel roept ze op tot een boycot. Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk omdat het de weg opent voor Kabila’s aanblijven.

Indien de verkiezingen effectief doorgaan, zal het middenveld een belangrijke rol moeten spelen in de observatie van de verkiezingen. Want het regime is niet van plan om Westerse pottenkijkers toe te laten voor deze historische stembusgang. Die moet in januari 2019 uitmonden in de eerste democratische machtswissel tussen twee levende presidenten in Congo. Het land staat voor een cruciale periode.

Foto: UN Photo/Cia Pak